Verblijf
Zolang zijn asielaanvraag behandeld wordt, heeft de asielzoeker recht op opvang. Fedasil en zijn partners vangen naast asielzoekers ook andere categorieën van vreemdelingen op (krachtens de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen). Wie recht heeft op opvang krijgt materiële hulp in de opvangstructuur waaraan hij is toegewezen. Dit betekent dat de bewoners recht hebben op huisvesting, voedsel en kledij. Zij kunnen hiernaast ook rekenen op sociale, medische, juridische en psychologische begeleiding.
Wie heeft recht op opvang?
- Asielzoekers van wie het dossier nog in behandeling is: ofwel bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ), het CGVS of de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
- Asielzoekers die een negatief antwoord hebben gekregen en nadien een beroep hebben ingediend bij de Raad van State. Zij blijven recht hebben op opvang tijdens het onderzoek van hun beroep. Het gaat hier voornamelijk over asielaanvragen ingediend in het kader van de oude asielprocedure (voor juni 2007).
- Personen met een verblijfsvergunning (erkende vluchtelingen, geregulariseerden, personen met een subsidiaire beschermingsstatus…) en die recht blijven hebben op opvang in afwachting van de financiële steun. Zij mogen nog maximaal 2 maanden in het netwerk verblijven.
- Personen van wie de asielaanvraag is afgehandeld maar die een verlenging van hun verblijfsvergunning hebben gevraagd of gekregen van de Dienst Vreemdelingenzaken, bijvoorbeeld om medische redenen of omdat zij een aanvraag hebben ingediend voor vrijwillige terugkeer.
- Kinderen die hier illegaal verblijven met hun ouders, en waarvan een OCMW heeft vastgesteld dat de ouders niet kunnen voorzien in het levensonderhoud van de kinderen. Volgens het Koninklijk Besluit van 24.06.2004 hebben deze gezinnen recht op materiële opvang in de centra van Fedasil en het Rode Kruis.
- De niet-begeleide buitenlandse minderjarigen die geen asiel hebben aangevraagd maar in het bezit zijn van een aankomstverklaring.
- Personen van wie de asielaanvraag verworpen werd, maar die nog recht hebben op opvang tijdens een overgangsperiode: sommigen hebben nog een termijn om een beroep in te dienen tegen de negatieve beslissing van de asielinstanties, anderen wachten nog op het bevel van DVZ om het grondgebied te verlaten of bevinden zich nog binnen de toegelaten termijn (5 dagen) om de opvangstructuur te verlaten.
Een actueel overzicht van de personen die worden opgevangen in het netwerk vindt u bij Cijfers.
Opvangnetwerk in België
Eind 2011 telde het netwerk voor de opvang van asielzoekers in België meer dan 24.000 plaatsen (cijfers begin 2012).
Het opvangnetwerk biedt 21.500 reguliere (of 'structurele') plaatsen en 2.500 noodopvangplaatsen (of 'transitplaatsen'). De reguliere plaatsen zijn verspreid over collectieve centra en individuele woningen (elk 50% van de opvangcapaciteit).
Fedasil beheert zelf 20% van de totale opvangcapaciteit. De andere plaatsen staan onder het beheer van partners die een overeenkomst hebben met Fedasil: de OCMW's (de lokale opvanginitiatieven of LOI's, die 37% van de totale capaciteit uitmaken), de Franstalige (17%) en Nederlandstalige (7%) tak van het Rode Kruis, ngo's (Ciré en Vluchtelingenwerk Vlaanderen, 8%) en andere partners (1%). De noodopvangstructuren vertegenwoordigen de overige 10%.
Het opvangtraject in België verloopt in principe in twee stappen. Eerst verblijven de asielzoekers in een collectieve opvangstructuur (een centrum). Vervolgens kunnen ze, na een verblijf van vier maanden en afhankelijk van het aantal beschikbare plaatsen, hun overplaatsing aanvragen naar een individuele woning waar ze meer autonomie genieten. Omwille van de aanhoudende verzadiging van het opvangnetwerk werd dit systeem in januari 2011 aangepast: nieuwkomers worden eerst tijdelijk opgevangen in een noodopvangcentrum en naarmate er plaatsen vrijkomen, stromen ze door naar een collectief centrum. Fedasil schakelde dus van een tweestappensysteem over op een systeem in drie stappen.
Deze pagina afdrukken
|