Geschiedenis
Context Vóór 1986 was er geen geformaliseerde opvang voor asielzoekers in België. De wet stelde de OCMWs verantwoordelijk voor alle inwoners op hun grondgebied. De kosten voor deze hulpverlening werden terugbetaald door de federale overheid.
In 1985 steeg het aantal asielaanvragen en weigerden verschillende OCMW's om de nieuwe asielzoekers nog te steunen. De asielzoekers vestigden zich immers bij voorkeur in een beperkt aantal grote agglomeraties. Daarenboven lagen de procedures tot erkenning praktisch volledig stil.
De regering besliste om een opvangcentrum voor asielzoekers te openen. Op 13 november 1986 opende het Klein Kasteeltje zijn deuren. Het bood op dat moment enkel aanvullende opvang, de grootste verantwoordelijkheid bleef bij de OCMWs.
Tegelijkertijd werd een spreidingsplan uitgewerkt. Dit hield in dat elk OCMW werd verzocht om minstens 1 asielzoeker per 1000 inwoners op te vangen. Het spreidingsplan was echter niet wettelijk afdwingbaar, met als gevolg dat men er weinig rekening mee hield.
Daardoor was het Klein Kasteeltje regelmatig overbezet. Het Rode Kruis probeerde dan telkens bijkomende opvangcapaciteit te organiseren.
Eind 1992 kon het Klein Kasteeltje de vluchtelingenstroom niet meer aan. Het personeel reageerde en voerde actie. Dit leidde tot een noodopvang in de Protestantse kerk vlakbij het Klein Kasteeltje voor 50 vluchtelingen. De ministerraad besliste om een opvangcentrum in Florennes te openen.
In 1994 verminderde het aantal asielaanvragen en stonden er regelmatig bedden leeg in het Klein Kasteeltje. Dit gaf het centrum de mogelijkheid de interne organisatie te verbeteren. Vooral de logistieke dienst (economaat, keuken, vestiaire) kon de materiële voorwaarden aanzienlijk verbeteren.
Uitbreiding van het centrum. Van bij de opening tot halfweg het jaar 2000 bood het centrum plaats aan 500 asielzoekers. Ongeveer de helft van deze 500 plaatsen zijn voorzien voor alleenstaanden, de andere helft voor families. De alleenstaanden wonen in slaapzalen, opgedeeld in 12 chambretten.
Op vrijdag 6 juni 2000 werd CADE (Centre for ADolescents in Exil), het vernieuwde huis voor niet-begeleide minderjarige asielzoekers in het Klein Kasteeltje, geopend. Het biedt plaats en een gespecialiseerde opvang aan 40 niet-begeleide minderjarigen.
Door de forse stijging van het aantal asielaanvragen in 1999 was er opnieuw een acuut gebrek aan opvangplaatsen. Daarom besliste de ministerraad om nog 300 nieuwe plaatsen bij te creëren in het Klein Kasteeltje.
In een eerste fase werd blok E (96 plaatsen) gerenoveerd. In september 2000 namen 16 gezinnen hun intrek in de nieuw ingerichte studio's van Blok E. In deze vleugel werd afgestapt van het oude systeem, waar alles gemeenschappelijk was (restaurant, slaapzalen, tv-zaal...) en wonen de grote families (minstens 3 kinderen) in studios met elk een eigen kitchenette, sanitaire cel, tv... De bewoners van deze vleugel beheren een eigen maaltijdbudget, waarmee ze hun aankopen kunnen doen in de buurtwinkels rond het Klein Kasteeltje.
In februari 2003 werden de resterende 200 plaatsen in de hernieuwde Blok F geopend.
Momenteel bestaat het centrum uit 500 plaatsen voor alleenstaanden (rond de binnenkoer), 96 plaatsen voor families met minstens 3 kinderen (blok E), 200 plaatsen voor alleenstaande vrouwen, kleine gezinnen en enkele alleenstaande mannen (blok F) en 40 plaatsen voor niet begeleide minderjarige asielzoekers (CADE).
Het Klein Kasteeltje is het grootste en het oudste opvangcentrum voor asielzoekers in België
|
||
